woensdag, 26 oktober 2011 11:41

zaak Jongenelen

Laatste nieuws: Raad van State laat 28-9-2012 weten dat alle rechtszaken in Hoger Beroep voor onbepaalde tijd zijn stilgelegd en pas weer hervat zullen worden als het EU Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan over de betwistte rechtmatigheid van de EU verordening die aan de Paspoortwet ten grondslag ligt.

Op 26 april 2010 vroeg Dhr. Jongenelen een ID-kaart aan bij de gemeente Amsterdam. De aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat hij geen vingerafdrukken liet AFNEMEN. 

Omdat Jongenelen niet over een paspoort of ID-bewijs kan beschikken wordt hij ernstig gedupeerd in zijn persoonlijk leven en als ondernemer. De gevolgen daarvan zijn inmiddels zo verstrekkend dat zijn buitensport bedrijf Fa.Tatteljee met stopzetting bedreigt wordt, indien hij als eigenaar niet binnen 3 maanden over een vingerafdrukvrij identiteitsbewijs kan beschikken om nieuwe bedrijfsruimte te huren, zaken met de bank te doen en op zakenreis in Europa kan.

Jongenelen weigert desalniettemin pertinent om ter verkrijging van een geldig identiteitsbewijs zijn vingerafdrukken af te geven aan de Staat.Dit omdat hij principieel bezwaar heeft om zijn biometrische gegevens (vingerafdrukken en gezichtsscan) te moeten afstaan, om een geldig identiteitsbewijs te kunnen krijgen. Principieel bezwaar heeft tegen de bouw van een infrastructuur waar biometrische identiteitscontrole en uitgebreide identificatieplichten in zijn ogen automatisch zullen leiden tot een totalitair Staatsbestel. En het bovendien onacceptabel acht dat hij in gevaar zou worden gebracht door de onvermijdelijke veiligheidsrisico’s die gepaard gaan met het opslaan en verwerken van biometrische data van hem persoonlijk en van de bevolking als geheel. 

Sinds april 2011 geeft de overheid, bij monde van de voor de Paspoortwet verantwoordelijke ministers, onomwonden toe dat met de afname van vingerafdrukken geen enkel doel gediend is. De data zijn eenvoudigweg niet te gebruiken voor identificatiedoeleinden omdat ze met een foutmarge van 20 á 25% bij verificatie niet blijken te matchen met die van de betreffende persoon.

Op grond hiervan heeft de regering in april 2011 besloten om te stoppen met de opslag van vingerafdrukken voor het verkrijgen van een Nederlandse Identiteitskaart. In de praktijk echter worden meer dan een jaar na dit besluit, nog steeds vingerafdrukken opgeëist, en weigert de overheid halsstarrig om Jongenelen een ID-kaart te verstrekken. Zelfs de aanvraag voor een tijdelijke 1jarige identiteitskaart waarvoor geen vingerafdrukken verplicht zijn (bij een tijdelijke belemmering) weigert de burgemeester in behandeling te nemen. 

Jongenelen laat het er niet bij zitten en probeert via de rechter gedaan te krijgen dat hij in het gelijk wordt gesteld en de burgemeester alsnog een identiteitskaart moet afgeven zonder dat hij daarvoor verplicht wordt om zijn vingerafdrukken te laten afnemen. De taaie juridische procedure van bezwaar tegen het besluit van de burgemeester en vervolgens beroep instellen bij de rechtbank tegen diens finale beslissing is na ruim 2 jaar, van nodeloze vertraging en frustrering van de rechtsgang, inmiddels doorlopen. Na 2 zittingen van de rechtbank te Amsterdam wees de rechtbank alsnog zijn beroep af.

Dat betekent dat Jongenelen op 2 juli 2012 Hoger beroep heeft aangetekend bij de Raad van State. Met het verzoek aan dit hoogste nationale rechtscollege (inzake het bestuursrecht) om een zodanig oordeel te vellen dat hij gewoon een identiteitskaart moet kunnen krijgen zonder dat zijn fundamentele recht op bescherming van de privésfeer en lichamelijke integriteit daarvoor wordt aantast.

Een identiteitskaart nota bene waarvan de overheid zelf verplicht stelt dat iedere burger vanaf 14 jaar over zo’n document moet kunnen beschikken. 

Lees verder voor nadere toelichting, chronologische verslag vanaf 2012, processtukken, contactmogelijkheden en oproep tot steun

Mr.Hemelaar en heer Jongenelen

Stand van zaken:

Het is inmiddels twee jaar geleden dat Jongenelen een aanvraag voor een ID-bewijs deed. Jongenelen kan zich, daar hij enkel ter legitimatie nog over een rijbewijs beschikt, maar op zeer beperkte schaal legitimeren en niet meer als vrij burger door Europa reizen. Hierdoor wordt hij met name  gedupeerd om zijn bedrijf goed te kunnen runnen. Transacties met de bank worden erdoor gefrustreerd en het wordt hem onmogelijk gemaakt om aan internationale beurzen van zijn bedrijstak deel te nemen.

Jongenelen tekende beroep aan tegen het besluit van de burgemeester om hem geen ID-kaart te verstrekken zolang hij daarvoor zijn vingerafdrukken niet afgeeft (cq laat opslaan).

Inzet van de procedure is het verzoek van Jongenelen aan de rechter om de beslissing van de burgemeester te vernietigen en te bepalen dat de aanvraag voor het ID-bewijs alsnog in behandeling moet worden genomen. Kernpunt hierbij is dat de burgemeester zijn besluit op twee evidente onjuistheden heeft gebaseerd.

1- De foutieve beoordeling dat de Paspoortwet slechts een uitzonderingsmogelijkheid kent voor mensen die fysiek niet in staat zijn hun vingerafdrukken te geven. Terwijl de Europese Verordening, waar de wet op is gebaseerd, niet van toepassing is op 1-jarige tijdelijke documenten. En deze tijdelijke documenten volgens de Paspoortuitvoeringsregeling (PUN28A) zowel bij fysieke als tijdelijke belemmering kunnen worden verstrekt.

2- De beoordeling dat de inbreuk op het EVRM gerechtvaardigd zou zijn omdat de paspoortwet via democratische besluitvorming tot stand is gekomen.

Dit nu blijkt een absoluut onhoudbare stelling, sinds de hoorzitting in de Tweede Kamer op 20 april 2011. Daar lieten 14 deskundigen op rij weten dat het agentschap BPR( afdeling van het ministerie) het parlement systematisch alle relevante informatie over de bezwaren en gevaren van biometrie en met name het gebruik van vingerafdrukken heeft onthouden. Dat bracht de Kamerleden ertoe hardop te concluderen dat de wet eerder door maffia-achtige lobby dan door democratische besluitvorming tot stand was gekomen.

Bezwaren Jongenelen maakt officieel juridisch bezwaar tegen de opslag van zijn biometrische gegevens - in casu van zowel zijn gezichtsscan als vingerafdrukken- voor enig ander doel dan voor het verwerken van deze gegevens in het identiteitsdocument zelf.

NB Dat hij niet tegen de opslag in de documenten zelf bezwaar maakt komt doordat hij, ten tijde van de aanvraag en het indienen van zijn bezwaarschrift, nog afging op het uitgangspunt van de regering en het parlement dat aan de Europese verplichting voor opslag in de documenten niet getornd kon worden. En al helemaal niet op nationaal nivo. Hoewel de huidige ontwikkelingen een ander licht hierop werpen, kan zijn eigenlijke bezwaar tegen iedere opslag van de vingerafdrukken en de digitale gezichtsscan, in de lopende beroepsprocedure niet worden toegevoegd.

Saillante punten voor wat betreft de opslag- buiten de verwerking in de documenten zelf- zijn:

  • Dat Jongenelen in principe het afstaan van zijn vingerafdrukken aan de overheid verfoeit, maar van oorsprong officieel slechts bezwaar maakte tegen enig ander gebruik van zijn vingerafdrukken dan voor de opslag in het document zelf. Dit omdat de parlementaire wetsgeschiedenis en overheidsvoorlichting aan de burger, hem had doen veronderstellen dat er op nationaal niveau geen bezwaar gemaakt zou kunnen worden tegen de internationale harde verplichting tot afgifte in de documenten. Hetgeen achteraf voor tijdelijke documenten niet van toepassing is gebleken en bovendien bij de huidige kennis van zaken valt te betwijfelen of de Europese Commissie erop staat dat Nederland op grond van de Verordening verplicht zou moeten doorgaan met het opslaan van minimaal 20%-25% ondeugdelijke vingerafdrukken )
  • Dat de afgifte(cq.opslag) van vingerafdrukken momenteel nog steeds ge-ëist wordt door de overheid ondanks dat de minister van Binnenlandse Zaken op 26 en 27 april 2011 aan de Tweede Kamer liet weten dat ze totaal onbruikbaar zijn voor zowel verificatie als identificatiedoeleinden. En dat het onrechtvaardig zou zijn om door te gaan met deze technologie vanwege de grote foutmarges.
  • De opslag van vingerafdrukken in de gemeentelijke databases niet is gestopt. In tegenstelling tot de beweringen van de minister. De opslag termijn wordt slechts teruggebracht van 11 jaar tot de uitgifte termijn van de documenten. Daarbij dient te worden aangetekend dat er ook geen enkele garantie is dat de vingerafdrukopslag, evenals de uitwaaier ervan en de logbestanden, technisch effectief gewist kúnnen worden. Hierna wordt momenteel slechts onderzoek gedaan.
  • De opslag van vingerafdrukken, zowel uit de gemeentelijke databases als van de fabrikant kunnen integraal gebruikt worden door veiligheids- en inlichtingendiensten. NB De uitspraak van de voorzieningenrechter in Utrecht in de zaak Koopmans duidt op een groot gebrek aan kennis hieromtrent. De Paspoortwet zelf geeft, zoals deze rechter betoogd geen toegang tot de gegevens, maar dat laat onverlet dat deze diensten via andere wetgeving wel die bevoegdheid hebben.
  • De opslag kan, via bevraging voor identiteitsstelling door politie-en justitie gebruikt worden voor de identiteitsstelling van verdachten. Ook hier geldt dat dat niet op grond van de Paspoortwet zelf is geregeld maar via (de combinatie van) andere wetgeving. De onduidelijkheid hierover wordt in stand gehouden door de inrichting van de Paspoortwet waarbij Justitie, na het opzetten van een Centrale databank, niet enkel meer via bevraging de gegevens zou kunnen gaan gebruiken maar ze rechtstreeks de gegevens zelf zou mogen opeisen.
  • De opslag van vingerafdrukken wordt gebruikt door de fabrikant- de firma Morpho- wat onderdeel is van een Frans bedrijf. Dit bedrijf bekleedt nagenoeg een monopoliepositie in de wereldwijde ontwikkeling van de defensie en beveiligingsindustrie, heeft aan de wieg gestaan van de invoering van de biometrische reisdocumenten in Europa en heeft voor de komende 10 jaar een (nieuw) contract afgesloten met de Nederlandse overheid. Het contract behelst zowel het beheer als onderhoud van het technische afgifteproces van de paspoort/ID-kaart gegevens, doorgifte ervan naar de afdeling in Haarlem, onderhoud van het systeem, fabricage van de documenten en het doen van onderzoek naar- en aanpassen van- het aanvraag en uitgifte station(RAAS) en veiligheidskenmerken met betrekking tot de documenten.
  • Tot slot blijft het risico is reëel dat onbevoegden (van binnenuit of buitenaf ) zich van de gegevens kunnen meester maken. Dit kan zowel via de opslag in de op afstand uitleesbare documenten, als door de opslag en doorgifte van de gegevens via RAAS en gemeentelijke databank.

4-8-2011 voor web
Saillant punt wat betreft de tijdelijke belemmering als uitzonderingsgrond
volgens de Paspoortuitvoeringsregeling is dat tot nu toe de wetgever als de bestuursrechters de lijn aanhouden dat een tijdelijke belemmering slechts van fysieke aard zou kunnen zijn. Louise v.L. tekende op 2 mei j.l. al hoger beroep aan bij de Raad van State tegen deze zienswijze van de voorzieningenrechter in Den Haag. Nu de minister heeft laten weten dat er besloten is om Nederlandse ID-kaarten te gaan uitgegeven zonder dat daarvoor een vingerafdrukverplichting geldt, kan over de tijdelijke aard van de belemmering die men voelt om voor een ID-kaart vingerafdrukken te moeten afgeven, geen onduidelijkheid bestaan, zou een normaal mens denken. Toch hield ook in de tijdelijke voorzieningenaanvraag (zaak Koopmans) te Utrecht de rechter halsstarrig vast aan de door het ministerie gedicteerde uitleg van de uitvoeringsregeling dat er geen uitzondering wordt gemaakt op grond van een tijdelijke belemmering wanneer deze niet van fysieke aard is.

Dat brengt ons tot de hoogst actuele vragen:

  • Wat is het belang van de overheid om, in de huidige overgangssituatie, vingerafdrukken die totaal onbruikbaar zijn te blijven eisen van burgers?
  • Wat is daarbij de afweging om dat zo zwaar te laten wegen dat het belangrijker is dan de immense gevolgen die het heeft voor de betrokken burgers? Van gewone burgers die, door de eigen overheid de deelname aan de maatschappij- ja zelfs essentiële levensbehoeften- worden ontzegd. Enkel omdat ze willen dat hun fundamentele grondrechten worden gerespecteerd en niet in gevaar willen worden gebracht.
  • Wanneer besluit de rechterlijke macht dat het welletjes is geweest met de poging van de regering om van alle burgers vanaf 12 jaar hun vingerafdrukken op te slaan?

    Chronologisch verslag

    Op 26 april 2010 vroeg Dhr. Jongenelen een ID-kaart aan bij de gemeente Amsterdam. De aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat hij geen vingerafdrukken liet AFNEMEN.

    Op 5 juni 2010 diende hij een bezwaarschriften tegen het niet in behandeling nemen, cq hem de verstrekking van een ID-kaart te weigeren.

    ' Ik maak bezwaar tegen de opslag van mijn biometrische gegevens - in casu van zowel mijn gezichtsscan als vingerafdrukken- voor enig ander doel dan voor het verwerken van deze gegevens in het identiteitsdocument zelf. Mijn biometrische kenmerken maken onlosmakelijk deel uit van mijzelf en behoren niemand anders toe. Opslag van mijn vingerafdrukken in een (de)centraal overheidsregister beschouw ik als een inbreuk op de bescherming van mijn persoonlijke levenssfeer, mijn lichamelijke integriteit en bedreiging van mijn veiligheid. Ik beroep mij daarbij op mijn fundamentele rechten zoals vastgelegd in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM art 8).

    De Paspoortwet beschouw ik als onrechtmatig omdat deze ontoelaatbare inbreuk maakt op het EVRM. De opslag is niet noodzakelijk in een democratische samenleving. Er is geen sprake van ‘pressing social need’ daar de beoogde bestrijding van paspoortfraude een zeer beperkt probleem betreft van hooguit enkele tientallen gevallen per jaar.

    De zogenaamde ‘service aan de burger om plaatsonafhankelijk een document te kunnen aanvragen’ is geen deugdelijke grondslag die de privacyaantasting kan rechtvaardigen.

    Voorkomende look-a-like fraude kan bestreden worden door de opname van de biometrische kenmerken in de documenten zelf en rechtvaardigt ook geen opslag van gegevens door de overheid. Dat de mogelijkheden voor paspoort- en identiteitsfraude door de nieuwe wet dramatisch toenemen staat lijnrecht tegenover het doelbindingsprincipe.

    Er is niet voldaan aan het proportionaliteitsbeginsel en subsidiariteitsvereiste, die een  zo grote aantasting van mijn privacy zouden kunnen legitimeren.

    Dat mijn biometrische kenmerken onder het verstrekkingregiem van de Paspoortwet ter beschikking zouden komen van veiligheids-en inlichtingendiensten en voor justitiële toepassing vind ik helemaal schandalig en strijdig met de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Ik wens niet als potentieel verdachte te worden beschouwd, en vrees het ergste voor het geval ik ten onrechte als daadwerkelijk verdachte wordt bestempeld, bijvoorbeeld omdat men meent mijn lichaamskenmerken te hebben gevonden op een plek waar ik nooit ben geweest. Dat kan maar zó als er fouten worden gemaakt in databestanden, als gegevens fout worden geïnterpreteerd of er onbevoegden met gegevens aan de haal zijn gegaan.

    Daarbij teken ik aan dat de wet indruist tegen de bepalingen en intentie van de Europese Verordening waarop hij werd gebaseerd. Deze dient namelijk alleen voor controle, als het overleggen van een paspoort of ID-kaart wettelijk vereist is, van (a) de authenticiteit van het document of (b) de identiteit van de houder door middel van direct beschikbare vergelijkbare kenmerken met die uit het document.

    Ik weiger dus principieel mijn lichaamskenmerken af te staan voor opslag in een digitaal overheidregister en beroep mij daarbij op het fundamentele recht op bescherming van mijn persoonlijke levenssfeer zoals vastgelegd in het EVRM.

    Bovendien beschouw ik de opslag van biometrische persoonsgegevens in een overheidsdatabank uit veiligheidsoverwegingen onaanvaardbaar. Dit vanwege zowel de foutmarge die bij biometrische identificatiemethoden onvermijdelijk is, als vanwege de mogelijkheden voor onbevoegd gebruik - van binnen uit of via hacken van buitenaf- die nimmer kunnen worden uitgesloten, zoals de staatsecretaris zelf toegaf in debat met de leden van de Eerste Kamer.

    Ik doe een beroep op de zorgplicht die u heeft voor mij, als burger van uw gemeente, die over een officieel reisdocument dient te kunnen beschikken omdat dit feitelijk een identiteitsbewijs betreft wat ik nodig heb om te kunnen functioneren in de samenleving. Door allerlei identificatieverplichtingen wordt ik zonder geldig ID-bewijs uitgesloten van elementaire levensbehoeften en fundamentele rechten'.

    Op 7 juni 2010 Adviseerde de gemeentelijke bezwaarschriften commissie de burgemeester om het besluit tot niet in behandeling nemen van ID-kaart te handhaven.

    Op 15 juli 2010 Werd de behandeling van het bezwaarschrift opgeschort omdat het oorspronkelijke besluit van de gemeente niet is doorgestuurd naar de centrale 'Dienst Persoons- en Geo-informatie' en men binnen de Gemeente weigert uit te zoeken in welke stadsdeel de weigering heeft plaatsgehad.

    Op 20 juli 2010 Diende eiser een aanvulling op zijn bezwaarschrift in, met het kopie van de beslissing van de deelraad-afdeling Burgerzaken om de aanvraag voor een ID-bewijs niet in behandeling te nemen. Inclusief bezwaar tegen de opschorting van de behandeling van het bezwaarschrift.

    Op 12 oktober 2010 Vond de hoorzitting plaats van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Amsterdam.

    Op 3 januari 2011 Ontving Jongenelen het 'besluit op bezwaar'. Zijn bezwaarschrift wordt 'ongegrond' verklaard. Daarmee werd dan na 8 1/2 maand voldaan aan het formele voortraject om vast te stellen dat de burgemeester hem weigert een ID-kaart te verstrekken zolang hij daarvoor geen vingerafdrukken afgeeft.

    Op 14 februari 2011 : Eindelijk kon Jongenelen nu bij de bestuursrechtbank beroep aantekenen tegen de beslissing van de burgemeester om hem geen ID-kaart te verstrekken. Een bewijs wat hij nodig heeft om als vrij burger door de EU te kunnen reizen en als identiteitsbewijs om aan nationale identiteitsverplichtingen te kunnen voldoen. Met name de bedrijfsvoering van zijn zaak komt in het gedrang als eind juli zijn paspoort verloopt en hij niet meer beschikt over een algemeen geldig Nederlands identiteitsbewijs.

    Op 25 mei 2011 Vulde zijn inmiddels ingeschakelde advocaat Mr. Hemelaar de bezwaren aan middels het aanvullend beroepsschrift 11/894 GEMWT

    Op 21 juli 2011 Na het bekendmaken van de zittingsdatum, werd alsnog een Aanvullend Beroepsschrift ’Vingerafdrukken& Gezichtsopname’Vingerafdrukken& Gezichtsopname' ingediend, naar aanleiding van de zich ook sedert het voorgaand aanvullend beroepsschrift ontwikkelde situatie.

    Op 4 augustus 2011werdter zitting de behandeling van de zaak verdaagd en bleken eiser, zijn advocaat en alle sympathisanten voor niks naar de rechtbank te zijn gekomen. Toen eiser mopperde dat hij dan wel een probleem heeft en niet weet hoe hij zich die tijd moet redden zonder geldig ID-bewijs, diende hij de rechtszaal te verlaten.

    Persbericht 4-8-2011 Commentaar afgelasting vanaf de stoep van het gerechtsgebouw te beluisteren op VARA radio 1

    De zaak werd aangehouden omdat de rechtbank nalatig bleek te zijn geweest om het aanvullend beroepschrift aan verweerder ( de burgemeester van Amsterdam) te sturen. De gemeente Amsterdam die, de stukken ook rechtstreeks van de advocaat van eiser had gekregen, had de stukken naar haar zeggen ook niet doorgegeven aan de ambtenaar die het standpunt van de burgemeester voor de rechtbank zou verdedigen.

    27 oktober 2011 Zitting bij de bestuursrechtbank te Amsterdam. In de pleitnota licht de advocaat van Jongenelen niet alleen het bezwaar toe, maar gaat hij ook in op de recente rechterlijke uitspraken waarin'vingerafdruk- weigeraars 'ongegrond werden verklaard op ondeugdelijke gronden( resp. uitspraak Koopmans en Kooistra gebaseerd op pertinente onjuistheid dat de gegevens uit de huidige reisdocumentenadministratie niet door de AIVD/MIVD zouden kunnen worden gebruikt en uitspraak Deutekom waarin ten onrechte gesteld wordt dat de EU Verordening getoetst zou zijn + wordt uitgegaan van de onjuiste stelling dat er geen opslag meer plaatsvind in de databank maar enkel in het reisdocument zelf)

    Landsadvocate, in deze gemachtigde namens de burgemeester van Amsterdam, blijft bepleiten dat 5 jaar lange opslag van vingerafdrukken in paspoort/ID-kaart documenten niet alleen verplicht zijn volgens de EU Verordening ook als ze (in minstens 25%van de gevallen-sic) niet overeenkomen met de vingerafdrukken van de documethouder. Maar zelfs dat dit ook daadwerkelijk  bijdraagt aan de bescherming van de openbare orde aan de buitengrenzen van het Schengengebied, omdat het de betrouwbaarheid van het aanvraag-en uitgifte proces van de reisdocumenten vergroot. Bezwaren tegen de opslag in de gemeentelijke basisadministraties acht ze ongegrond omdat daar slechts tijdelijk wordt opgeslagen. Waarmee voorbij gegaan wordt aan het feit dat nog totaal ongewis is of de log/en uitwaaier gegevens überhaupt achteraf wel vernietigd kunnen worden(1), dat bij tijdelijke opslag de gegevens (hetzij via de gemeentelijke databanken, hetzij via het uitwisselingssysteem RAAS of rechtstreeks via de fabrikant Morpho) gekopieerd kunnen worden naar veiligheids- inlichtingendiensten( met biometrische zoekfunctie)(2), politie en justitie bevoegd zijn onder de huidige partiele invoering van de Paspoortwet om de gegevens te bevragen voor identiteitsstelling van verdachten(3), er geen garanties zijn dat de internationale fabrikant de gegevens aan vreemde mogendheden moet afstaan(Frankrijk waar het gevestigd is of VS omdat het onder de Patriot- Act valt)(4) en last but not least iedere opsklag het gevaar meebrengt dat onbevoegden met de gegevens aan de haal gaan(5).

    22 november 2011 Weer vertraging. Behandeling doorgeschoven naar meervoudige kamer. Lees...

    24-1-2012 Persbericht vervolgzitting

    25 januari 2012 Opnieuw behandeling van de zaak door de rechtbank Amsterdam, dit keer door de meervoudige kamer van de bestuursrechtbank. Behandeling vond plaats samen met die van de zaak Roest vs burgemeester wegens het niet verstrekken van een paspoort.

    Pleitaantekeningen,Mr. Hemelaar, Fragment rechtszitting over gebruik van data door AIVM/MIVD, artikel Vrijbit over ter zitting beschikbaar gekomen informatie Van verwijdering vingerafdrukken is geen sprake en ook geen zicht op.

    29 februari 2012 publiceerde de Volkskrant een interviewwaarin Jongenelen zijn standpunt toelicht en aangeeft wat de gevolgen zijn voor hemzelf en zijn bedrijf van het niet kunnen beschikken over een geldig ID-bewijs.

    6 maart 2012 uitspraak  6 weken uitgesteld.

    15 april 2012 Nieuwe Revu: En wéér is het mis met het paspoort         

    17 april 2012 Vonnis: 'Beroep afgewezen' LJN: BW2792, Rechtbank Amsterdam, AWB 11/894 GEMWT

    2 juli 2012 Jongenelen tekent beroep aan tegen deze uitspraak in eerste aanleg bij de Raad van State. Het Hoger Beroepsschrift valt met 18 gemotiveerde en uitgebreid gedocumenteerde grieven, de beslissing van de bestuursrechtbank te Amsterdam aan.

    Daarmee is eiser een van de 6 burgers die een juridische procedure bij de hoogste bestuursrechtbank in Nederland aanspanden tegen de verplichting die de overheid hen oplegt om biometrische gegevens af te staan aan de Staat ter verkrijging van een paspoort of geldig identiteitsbewijs. (zaken v. Luijck, Willems, Kooistra, Roest en Boers.

Gelezen 7339 keer