dinsdag, 08 november 2011 03:02

Zaak Deutekom vs burgemeester van Amsterdam wegens niet verstrekken van een paspoort.

P.Deutekom vroeg op 18 maart 2010 een paspoort aan bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente Amsterdam. Omdat hij weigerde zijn vingerafdrukken af te staan werd de aanvraag niet in behandeling genomen.

Deutekom maakte bezwaar tegen de verplichte afname van vingerafdrukken en opname van zijn biometrische gegevens omdat hij de registratie van deze gegevens en het gebruik wat de overheid daarmee voor ogen heeft, als een zeer vergaande en gevaarlijke inbreuk beschouwd op de persoonlijke levenssfeer van alle Nederlanders.

Hij bestrijdt in zijn bezwaar de rechtmatige grondslag van de Paspoortwet zelf om biometrische gegevens niet allen in de reisdocumenten op te slaan, omdat dit strijdig is met de fundamentele burgerrechten op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en strijdig met de intentie van de EU verordening waar de wet een uitwerking van is. Ook de rechtmatigheid van de EU verordening zelf trekt Deutekom in twijfel, waarmee ook de rechtmatigheid van de opslag van vingerafdrukken en een digitale gezichtsopname in het paspoortdocument zelf wordt betwist.

Op 27 april diende hij tegen de beslissing om hem geen paspoort te verlenen een bezwaarschrift in bij de burgemeester van Amsterdam, die het verantwoordelijk gezag bekleed inzake de aanvraag en uitgifte van paspoorten en ID-bewijzen in deze gemeente.

Nadat Deutekom zijn bezwaren had toegelicht in een hoorzitting van de gemeentelijke geschillencommissie, gaf deze een negatief advies af. De burgemeester verklaarde het bezwaarschrift vervolgens ongegrond en bleef bij zijn weigering om geen paspoort uit te geven omdat de aanvraag wegens het ontbreken van vingerafdrukken onvolledig was.

Op 13 september tekende Deutekom, tegen betaling €150,00 griffiegeld, beroep aan bij de bestuursrechtbank van Amsterdam.

PRIMAIR: wegens schending van: - artikel 4 lid 3, EG-Verordening nr. 2252/2004, - artikel 6 lid 1, Richtlijn 95/46/EG, - artikel 8 lid 1, Richtlijn 95/46/EG, - artikel 8 van het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens, - artikel 7 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, - artikel 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, - artikel 5 sub c van het Verdrag van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, en - artikel 6 van het Verdrag van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, - artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, althans van enige bepaling van Europees of internationaal recht, die strekt tot bescherming van de menselijke waardigheid, de menselijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer in het algemeen en/of persoonsgegevens in het bijzonder, alsmede van: - artikel 4:3 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, en - artikel 9 van de Paspoortwet, doordat verweerder mijn aanvraag voor een paspoort niet in behandeling heeft genomen, nadat ik geweigerd had mijn vingerafdrukken te laten afnemen;

SUBSIDIAIR:wegens schending van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht, doordat verweerder pas twaalf dagen na het verstrijken van de reeds tot 22 juli verdaagde termijn op mijn bezwaarschrift heeft beslist en mij zodoende onnodig lang in onzekerheid heeft gelaten. Bron: beroepschrift.

Nadat de advocaat van de burgemeester, landsadvocate mr.Bitter, op 21 oktober eerst om uitstel had gevraagd aan de rechtbank stuurde zij op 23 november uiteindelijk haar verweerschrift.

Deutekom diende op 23 februari 2011 nog een aanvullend stuk in bij de rechtbank, naar aanleiding van het verweerschrift van mr. Bitter.

Inzake zijn vraagtekens bij de geldigheid van de EU verordening, strijdigheid van de paspoortwet met de EU Verordening. De strijdigheid met artikel 8 EVRM. Het feit dat men niet zou mogen procederen tegen de wet omdat die nog niet ten volle is uitgerold,hoewel men er onder de huidige situatie door gedupeerd wordt. Over de betwiste legitimiteit van het doel. Over de onwettige wijze waarop Nederland gebruik maakt van de marge te beoordelen wat noodzakelijk is in een democratische samenleving. Over het buitenproportionele karakter van de wet. En over het feit dat niet is voldaan aan het subsidiariteit principe.

De behandeling van zijn zaak schoot niet op. Omdat de rechter die de zaak in eerste instantie zou behandelen deze doorverwees naar een meervoudige kamer zitting werd de behandeling, die in eerste instantie op 9 maart 2011 was gepland, 2 ½ maand uitgesteld.

Maar op politiek gebied gebeurde er wel veel wat van invloed was op de zaak: In december 2010 werd in Groot Brittannië korte metten gemaakt met het ID-card system en op 21 januari werden alle ID-kaarten ongeldig verklaard en alle daarvoor door de overheid opgeslagen persoonsgegevens vernietigd. Eind januari gebood de Eurocommissaris Reding een diepgaand onderzoek naar de Nederlandse paspoortwet, in het bijzonder naar het gebruik van de reisdocumentenadministratie voor justitieel gebruik. De Tweede Kamer, verklaarde in februari dat men bij meerderheid alsnog tegen de met de Paspoortwet beoogde centrale 7 dgs/24uurs on-line reisdocumentendatabank 9anex opsporingsregister) was.

In talloze gemeenteraden werden moties aangenomen om vernietiging van de biometrische gegevens uit de huidige de-centrale databank te bepleiten. Black box onderzoeken van de WRR hadden eind 2010 ondubbelzinnig aangetoond dat de paspoortwet niet democratisch tot stand was gekomen, dat er zelfs niet werd voldaan aan het doelbindingsprincipe en dat de veiligheidsrisico’s van het gebruik van biometrie in de reisdocumenten onverantwoord groot was.

Ook de andere juridische procedures, sloegen een bres in het vertrouwen dat de Paspoortwet een goede maatregel betrof die het aanvraag –en uitgifte proces van paspoorten en ID-kaarten zou verbeteren. Weliswaar werd de civiele zaak van St. Privacy First en 21 mede-eisers niet ontvankelijk verklaard, werd de zaak van Louise v Luijk ongegrond verklaard en werd de tijdelijke voorziening van Willems in Maastricht afgewezen, maar inhoudelijk kwam erbij de behandeling van die zaken, en de processtukken van het toenemend aantal weigeraars een verbijsterend beeld naar voren over de wetsgeschiedenis en de huidige uitvoering van de wet.

Op 20 april 2011, vond uiteindelijk een ware politieke aardverschuiving plaats toen de Tweede-Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken een hoorzitting over het biometrische paspoort had georganiseerd met 14 deskundigen. Daarbij kwam ondubbelzinnig vast te staan dat bij een proef in Roermond al in 2009 was gebleken dat de kwaliteit van de vingerafdrukken op het reisdocumenten zo slecht was, dat ze in 21 procent van de gevallen niet konden worden geverifieerd. Bron:gespreksnotitie van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Tevens werd duidelijk dat het ministerie van Binnenlandse Zaken het parlement systematisch juiste informatie had onthouden en bewust onjuiste voorstelling had voorgespiegeld over wetenschappelijke onderzoeksgegevens. Daarmee viel de bodem weg onder het democratisch gehalte van de wet.

Een week later, gaf de verantwoordelijke minister van Binnenlandse zaken toe dat de vingerafdruk technologie zo slecht was dat de opgeslagen gegevens in de databanken en documenten nog een veel grotere foutmarge bleken te vertonen (minstens 25%) en derhalve niet langer volgehouden kon worden dat ze op enige manier geschikt zouden zijn voor 1 op 1 verificatie of voor identificatiedoeleinden. \minister Donner besloot daarom af te zien van verder opslag van de vingerafdrukken, zo verzekerde hij de Kamer per brief op 26 april 2011. Voor paspoorten zouden deze gegevens, zolang de verordening van kracht was, uitsluitend nog in de documenten worden verwerkt, alle reeds opgeslagen vingerafdrukken zouden vernietigd worden en er zou zo snel mogelijk definitief bij wet geregeld worden dat de ID-kaart niet meer onder Europese wetgeving zou vallen en de vingerafdruk verplichting ervoor zou komen te vervallen. Op 27 april hoorde Deutekom hem, tijdens het Algemeen Overleg met de Tweede kamercommissie, bij hoog en bij laag herhalen dat er ‘voor NU’ werd afgezien van vingerafdruk opslag.

Op 4 mei 2011 wees de griffier Deutekom op de brief van de minister aan de Tweede Kamer d.d. 26 april 2011, waarin de minister toezegt "om voor nu te stoppen met de opslag van de vingerafdrukken in de decentrale reisdocumentenadministratie." De griffier vroeg of hij zijn beroep daarom nog wel wilde handhaven, nu het bezwaar tegen de opslag in een databank hiermee geen reden meer bleek te hebben.

Deutekom zette de zaak echter door omdat hij de toezeggingen van de minister als opportunistisch en niet bindend beschouwde en de toezeggingen hem ook niet volledig tegemoet kwamen omdat hij ook bezwaar maakte tegen de rechtmatigheid van de verplichting biometrische gegevens in het paspoortdocument op te slaan.

Naar mijn mening is niet alleen het opslaan van biometrische gegevens in een databank onrechtmatig, maar is ook het afnemen van vingerafdrukken met het doel die op te nemen in een reisdocument, althans de wijze waarop dit in Nederland wordt uitgevoerd, onrechtmatig. Zelfs als het afnemen van vingerafdrukken met het doel die op te nemen in een reisdocument gerechtvaardigd zou zijn, dan nog heb ik gegronde vrees dat die vingerafdrukken, alsmede de gezichtsopname, gebruikt zullen, althans kunnen worden voor andere doelen. Bron: nieuw aanvullend stuk 7 mei 2011

Uiteindelijk vond de zitting plaats op 25 mei 2011. Ruim 14 maanden na de tevergeefse aanvraag.

Het beroep werd behandeld op een openbare zitting, die uiteindelijk bijna anderhalf uur geduurd heeft. De rechters kwamen ter zitting met een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, waar noch Deutekom noch de advocaat van de burgemeester mee bekend waren. Die uitspraak (C-137/05) zou er op neerkomen dat de Europese verordening die biometrische kenmerken in reisdocumenten voorschrijft, getoetst was door het Hof in Luxemburg en dus als rechtsgeldig zou moeten worden beschouwd. In dat geval zou het bezwaar tegen de opslag in de documenten komen te vervallen en hoefde de rechtbank zich enkel nog uit te spreken over het bezwaar tegen de opslag in de databank 9 waarvan de minister had gezegd dat die gestopt was).

Daar hebben de rechters toch nog ruim de tijd voor genomen, want pas op 29 augustus 2011deed de rechtbank eindelijk uitspraak. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank motiveerde dit vonnis dat de burgemeester, nu de Europese verordening geldig is verklaard, deze wel moest toepassen en dus ook mijn vingerafdrukken op het paspoort moest opnemen. De rechtbank vond verder dat hij geen belang meer had bij mijn klacht dat mijn vingerafdrukken ook in een databank zouden worden opgenomen, omdat er inmiddels was toegezegd dat de opslag van vingerafdrukken gestopt zal worden. (zal gezien de brief van de minister 19 mei 2011 waarin hij terug kwam op zijn uitlatingen in april)

De uitspraak is gepubliceerd op de website van de rechtspraak en heeft een Landelijk Jurisprudentie Nummer (LJN) gekregen: BR7082.

Hiermee is een einde gekomen aan de inmiddels al anderhalf jaar durende zaak. Deutekom heeft namelijk geen heil gezien in het aantekenen van hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bij nadere bestudering van de stukken van het EU Hof van Justitie bleek dat de rechtbank hiermee P. Deutekom een beschamende streek heeft geleverd.

In de zaak bij het EU Hof om de Verordening ongeldig te doen verklaren, was namelijk helemaal niet getoetst aan de rechtmatigheid, maar enkel gekeken of Groot Brittannië en Noord Ierland, die de zaak hadden aangespannen, gelijk hadden dat zij bij de opzet van de verordening betrokken hadden moeten worden ook al hebben zij het Schengenakkoord niet ondertekend. Bron: 24-10-2011Annotatie: Uitspraak van de bestuursrechtbank in zaak P. Deutekom ondeugdelijk.

In de zitting van de zaak van Dhr. Jongenelen op 27-10-2011, ook vs de burgemeester van Amsterdam, kwam zijn advocaat Mr.Hemelaar op de gang van zaken terug, omdat de rechtbank gevraagd of deze zaak niet ingetrokken werd vanwege de uitspraak in de zaak Deutekom. Hierbij werd duidelijk dat het Hof te Luxemburg de verordening niet alleen niet hád getoetst aan het Handvest van de EU en EVRM, maar dat in het kader van de zaak ook niet eens had mogen doen. Bron:pleitnota

Achtergrond onrechtmatige grondslag EU verordening biometrische opslag in paspoorten en ID-kaarten

In 2004 stelde de Raad van de Europese Unie voor de Schengen-ruimte een verordening vast die de lidstaten, waaronder Nederland, verplicht om een gezichtsopname en vingerafdrukken op te nemen in paspoorten en identiteitskaarten. EG-Verordening nr. 2252/2004 (als gewijzigd bij EG-Verordening nr. 444/2009)

De wetgever van het Koninkrijk der Nederlanden ging nog verder en bepaalde, ondanks een negatief advies van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat de gezichtsopname en de vingerafdrukken ook nog eens voor onbepaalde tijd in een databank zouden worden bewaard. In eerste instantie is dit nog een plaatselijke databank. Later wordt dit een nationale databank. Deze databank zal geraadpleegd kunnen worden door politie en justitie en door binnenlandse en buitenlandse inlichtingendiensten.

Naar mening van P.Deutekom was deze databank, en dus ook de nieuwe Paspoortwet, in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens, dat onder meer beoogt het privé-leven te beschermen, en met de Europese richtlijn betreffende persoonsgegevens.

Ook betwijfelde hij of bovengenoemde Verordening zelf wel geldig is. Zij is namelijk vastgesteld volgens een procedure die eigenlijk ergens anders voor bedoeld is.

Bronvermelding

Deze informatie, inclusief alle processtukken, zijn rechtstreeks ontleend aan de website van betrokkene. Waar dat niet het geval is worden alternatieve bronnen vermeld.

Gelezen 4700 keer