Toon items op tag: NJCM

Op de brief van Burgerrechtenvereniging Vrijbit (5-9-2016), dat het lokaal bestuur, ook volgens de uitspraak van de Raad van State, de plicht heeft om beleid te toetsen aan fundamentele mensenrechten, hebben we inmiddels van de meerderheid van alle burgemeesters antwoord ontvangen.

Omdat een deel van de burgemeesters nog steeds niet blijkt te begrijpen dat deze toetsing niet uitsluitend in het kader van de Paspoortwetgeving zou dienen plaats te vinden èn tot nu toe niet één burgemeester ruiterlijk heeft toegegeven dat hun eerdere reactie onjuist was, is er een derde brief uitgegaan. Dit keer in de vorm van een enquête bestaande uit onderstaande drie, eenvoudig met ja of nee te beantwoorden, vragen:

1- U had gelijk in 2010 dat het lokaal bestuur gehouden is aan het toetsen van besluitvorming aan de fundamentele mensenrechten .........................................………………..  ja/ nee

2- U had gelijk dat de uitspraak van de Raad van State mei 2016 hierover niet alleen de Paspoortwet betreft maar van algemene toepassing is ……………………………………….............  ja/ nee

3- De reactie ‘dat de wet aangaande de toetsing aan mensenrechten niet gewijzigd is’ doet geen recht aan de kennisgeving over de jurisprudentie

...................………………………............  ja/ nee  

download de 3e brief aan alle burgemeesters

download de 'enquête  á propos '

Gepubliceerd in Lokaal Mensenrechtenbeleid
20 jaar nadat in VN verband is afgesproken dat ieder land een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens zou oprichten ( Paris Principles ) is er een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden om in Nederland een college mensenrechten te installeren wat voor zo’n instituut zou moeten doorgaan.

Vrijbit is van mening dat het huidige wetsvoorstel ondeugdelijk is voor het doen oprichten van een onafhankelijk Instituut voor de Rechten van de Mens.

Het wetsvoorstel beoogt geen grondslag te leggen voor een goed functionerend instituut, dat voorlichting gaat verzorgen over de fundamentele mensenrechten en erop ziet dat deze worden nageleefd.

Het wetsvoorstel geeft geen uitvoering aan de intentie dat een nationaal instituut er in de allereerste plaats toe dient om als een centraal en goed herkenbaar aanspreekpunt te fungeren voor de eigen bevolking. Het is, volgens de huidige opzet, uitdrukkelijk niet de bedoeling dat individuele burgers om raad en bijstand bij het nieuw op te richten mensenrechteninstituut kunnen aankloppen. Ook niet wanneer het kwesties betreft die van algemeen maatschappelijk belang zijn. Het instituut is in de huidige opzet volstrekt machteloos om burgers te ondersteunen. Ten eerste hebben de adviezen die het instituut kan verstrekken geen bindende kracht. Ten tweede is het instrument dat het instituut ten dienste zou staan, om in zaken van groot maatschappelijk belang de rechterlijke macht in te schakelen, uit het conceptvoorstel weggeschreven!
Gepubliceerd in Wet en Regelgeving