zondag, 29 september 2019 21:48

100 jaar vrouwenkiesrecht- maar nu wordt niemand meer vertrouwd door de overheid

100 jaar vrouwenkiesrecht… en nu vertrouwt de overheid geen enkele kiezer meer.

Op 27 september is het op de kop af 100 jaar geleden dat  het vrouwenkiesrecht in Nederland van kracht werd. Een mijlpaal in de geschiedenis van het Nederlandse parlementaire stelsel dat alom gevierd werd.

Omdat het daarbij van de gekke is dat de overheid die in 1919 eindelijk het vertrouwen schonk aan vrouwen om mee te kunnen beslissen over het beleid van het landelijke- en lokale bestuur vinden we het van de gekke dat anno 2019 de overheid in de Kieswet een algemene aanvullende ID-plicht heeft vastgelegd.

Een ondoelmatige ID-plicht die op geen enkele manier doeltreffend is om ID-fraude bij verkiezingen door persoonsverwisseling tegen te gaan- domweg omdat dat geen bestaand probleem is en er bovendien voldoende waarborgen zijn om een dergelijke vorm van ID-fraude te voorkomen.

Een ID-plicht die echter wel contra-productief werkt omdat de overheid ermee institutionaliseert dat de overheid een diepgeworteld wantrouwen heeft tegenover alle  burgers die zij geacht wordt te vertegenwoordigen.

Ook indirect vormt het een gevaarlijk instrument waarmee de overheid een cultuur van wantrouwen tussen burgers onderling aanwakkert, door de systeemdwang waardoor ouders en kinderen, vrienden, partners, huisgenoten, bekende buurtbewoners, iedereen kennende eilanders enz. gedwongen worden om met een document aan te tonen dat zij zich niet voor een ander uitgeven.

Na een 10 jaar lange strijd tegen de aanvullende ID-plicht bij verkiezingen heeft het bestuur van Burgerrechtenvereniging Vrijbit op deze heugelijke dag de minister van Binnenlandse Zaken formeel juridisch verzocht om deze ID-plicht uit de Kieswet te laten verwijderen.

We hopen dat de minister ( die zelf ook bij de laatste verkiezingen werd weggestuurd omdat ze geen verplicht identiteitsbewijs bij zich had) bereid is om ons verzoek in te willigen. Ondanks dat een eerder verzoek aan de toenmalig verantwoordelijke minister Donner, die een groot promotor was van het uitbouwen van de in 2005 door hem  ingevoerde Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht, vruchteloos bleek.

De letterlijke tekst van de brief publiceren we onderstaand en kan ook als pdf worden gedownload.

Evenals de brieven aan naar de leden van de Tweede-en Eerste Kamer, de Kiesraad en de Nederlandse Vereniging van Gemeenten(VNG)


Burgerrechtenvereniging Vrijbit                                                                
Kruisweg 32, 3513 CT

Utrecht

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Utrecht 27-9-2019

Aan de minister van Binnenlandse Zaken,

Onderwerp: verzoek aanvullende ID-plicht uit Kieswet te schrappen

Geachte mevrouw Ollongren,

Verzoek

Namens de leden van Burgerrechtenvereniging Vrijbit richten bij deze het verzoek tot u om het initiatief te nemen om de aanvullende ID-plicht bij verkiezingen uit de Kieswet te doen verwijderen.

Secundair, om de aanvullende identificatieverplichting uit de Kieswet minstens in te trekken voor alle stemgerechtigden die in eigen kieslokaal hun stem willen uitbrengen bij verkiezingen.

Reden van dit verzoek:

Wij zijn van mening dat deze aanvullende ID-plicht bij verkiezingen geenszins bijdraagt aan het terugdringen van mogelijkheden tot identiteitsfraude door kiezers maar wel contra productief uitwerkt voor een verkiezingssyteem waarbij de overheid het vertrouwen van de kiezers vraagt om hen te mogen vertegenwoordigen.

Een mening aangaande de ondoelmatigheid van de aanvullende ID-plicht die gestaafd wordt door het onderzoek van de Kiesraad [ noot 1] waaruit glashelder blijkt dat ID-fraude bij verkiezingen, ondanks voorstelling van zaken daarover in 2006 [ noot 2] bij nader inzien een niet bestaand probleem blijkt te betreffen.

Aangezien tussen 2002 en 2014 ( behoudens enkele publiciteitsstunt pogingen van journalisten van Metro en Pownieuws) dit slechts 2x is voorgekomen. En wel in 2007 toen een 17 jarige met de pas van zijn opa stemde ( waarbij opgemerkt dat zulks in het kieslokaal ter plekke aan de hand van de geboortedatum op de stemoproep eenvoudig geconstateerd kon worden) en het in 2011 ging om een geval waarbij iemand tijdens een verhuizingperiode 2 stemoproepen had gekregen in verschillende gemeentes.

Een standpunt wat bovendien onderbouwd wordt door het feit dat met de uitgifte van de huidige stempassen door de vermelding van een groot aantal persoonsgegevens(1), voorzien van echtheidskenmerken en uniek kiesnummer(2) en verzending onder briefgeheim (3) voldoende waarborgen worden geboden om het plegen van ID-fraude, bij overlegging ter controle in het kieslokaal, nagenoeg onmogelijk te maken.

Dat de 10 jaar geleden ingevoerde aanvullende ID-plicht bij verkiezingen niet voldoet aan het doel waarvoor zij formeel in het leven werd geroepen, dient op zich al voldoende reden te zijn om een dergelijke drempel voor kiezers, tot deelname aan de verkiezingen, en onnodige rompslomp voor medewerkers van het kieslokaal, te doen afschaffen.

Rechtsstatelijk zou dit ook de door het stelsel geïntroduceerde (onrechtmatige) rechtsongelijkheid opheffen tussen personen die zelf hun stem uitbrengen en mensen die dat door een gevolmachtigde laten doen. Immers wie zelf zijn stem uitbrengt dient daarvoor een origineel identiteitsbewijs te overleggen en voor stemmen bij volmacht mag gebruik gemaakt worden van een kopie van zo’n document. ( Wat op zich ook nog eens indruist tegen de Richtsnoeren van de Autoriteit Persoonsgegevens omdat het gebruik van een ‘kopietje paspoort’ uit veiligheidsoverwegingen ongewenst is.)

Buiten bovenstaande harde juridische argumenten geldt als voorname reden voor ons verzoek dat de aanvullende ID-plicht bij verkiezingen een contraproductieve uitwerking heeft op de vertrouwensbalans tussen overheid en burger.

Een balans die totaal uit het lood slaat bij een parlementair stelsel wat gebaseerd is op het vertrouwen van kiezers, om hun belangen te laten behartigen door partijen en personen die hen vertegenwoordigen, maar waarbij als keerzijde iedere burger, die gebruik wil maken van zijn of haar stemrecht, door diezelfde overheid – tegen alle principes van de onschuld presumptie in- wordt behandeld als een potentieel verdachte van het plegen van identiteitsfraude.

Waarbij ons pleidooi tot afschaffen van de aanvullende ID-plicht- minstens waar dit het stemmen in eigen (op het stembiljet vermeldde) kieslokaal- ziet op een hoognodig herstel van een parlementair systeem waarbij met wederkerigheid zowel de burgers moeten kunnen vertrouwen op hun overheid als de overheid zich niet a priori wantrouwend tegenover de burger dient op te stellen.

Het volstaat ons inziens binnen het bestel van dit verzoekschrift om aan te geven dat de vertrouwensbreuk tussen overheid en burger inmiddels wèl een reëel bestaand probleem betreft en wel een zo groot probleem dat alom gewaarschuwd wordt voor de vernietigende werking die dat heeft op een goed functionerende democratische rechtsstaat. We volstaan daarom met een verwijzing naar enkele gezaghebbende publicaties hieromtrent in [noot 3].

Ook indirect zou de overheid moeten afzien van het aanwakkeren van een cultuur van wantrouwen tussen burgers onderling waarbij dit uiteraard wel het geval is bij de ID-plicht bij verkiezingen als systeemdwang waardoor ouders en kinderen, vrienden, partners, huisgenoten, bekende buurtbewoners, iedereen kennende eilanders enz. dwingt om met een document aan te tonen dat zij zich niet voor een ander uitgeven.

Voor de leesbaarheid van onderhavig verzoek beperken we ons tot bovenstaande en 1 voegen wij in bijlage 1 een informatiemap toe zijnde een compilatie van de vele brieven en artikelen waarin de argumenten voor het afschaffen van de aanvullende ID-plicht gedetailleerd aan de orde komen evenals de treurige uitwassen van deze wet waardoor mensen van deelname aan de verkiezingen werden uitgesloten.

 Toelichting op reden verzoek

Wij hechten er bijzonder aan dat de vertrouwensbalans tussen overheid en burgers in beter evenwicht komt.

Dat de overheid via de Kieswet alle burgers aanmerkt als potentieel verdachte van het plegen van een voornaam strafbaar feit volgens art.128 wetboek van strafrecht, waarvoor als boete een jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd of een boete van € 8.300 ( tarief 2019), zonder dat daar enige concrete verdenking aan ten grondslag ligt, achten wij onacceptabel.

In het belang van een hoognodig herstel van een gezonde democratische rechtsorde dient de overheid er alles aan te doen om het van rijkswege georganiseerde wantrouwen tegenover de burger de kop in te drukken. Hetgeen eveneens geldt voor het afzien van dwangmaatregelen die er op gericht zijn om in het sociale domein de persoonlijke omgang tussen de burgers tegen te gaan.

Het afschaffen van een ondoelmatige ID-plicht, die aan de basis van ons kiesstelsel ligt en ultiem weergeeft hoe de overheid iedere burger als potentieel crimineel beschouwd, achten wij een stap in de goede richting. Een stap die zowel getuigd van de goede intenties van de overheid als een die daadwerkelijk zoden aan de dijk zet.

Een stap die, niet alleen de balans tussen overheid en burgers, zonder dat het een cent kost beter in balans kan helpen brengen, maar ook nog eens weinig inspanning vergt. Aangezien de afschaffing van de algemene ID-plicht bij verkiezingen eenvoudig valt in te passen in de toch al op stapel staande wijziging van de Kieswet en in lijn ligt met de aanpassingen van het parlementair stelsel naar aanleiding van de aanbevelingen van de staatscommissie parlementair stelsel [ noot 4]

Toelichting op de aanloop tot de invoering van de ID-plicht bij verkiezingen

Burgerrechtenvereniging Vrijbit heeft zich van meet af aan ingezet voor het niet doen invoeren en vervolgens doen afschaffen van de aanvullende ID-plicht bij verkiezingen.

Dat had wèl tot resultaat dat men, na de onthullingen via www.wijvertrouwensemcomputersniet.nl,

al snel diende te erkennen dat de ambitie van de overheid om toe te werken naar een totale digitalisering van het verkiezingsproces, op onoverkomelijke bezwaren stuitte. Waarmee

het framewerk verviel waarbinnen het invoeren van een aanvullende legitimatieplicht als een moderne noodzakelijke aanpassing van het verkiezingsysteem werd gelanceerd.

Toch werd niet afgezien van de ambities van het kabinet om de in 2005 ingevoerde wet op de Uitgebreide ID-plicht uit te buiten door voor verkiezingen een nieuwe ID-plicht in te voeren.

Dat gebeurde in 2009 door het op oneigenlijke wijze te koppelen aan de wetswijziging die het ‘Stemmen in stembureau naar keuze binnen eigen gemeente’(SWS 30 569) mogelijk maakte.

Dat had alles te maken met de tijdgeest. Een tijdgeest in de greep voor de angst voor terrorisme, die iedere discussie over bezwaren tegen overmatige controle door de overheid onmogelijk maakte. Een tijd waarin het van belang werd geacht, zoals de toenmalige minister Donner te kennen gaf ‘dat het volk (sic ‘ze’ zoals hij letterlijk sprak) er maar aan moest wennen dat men zich te allen tijde moest kunnen laten identificeren’.

De invoering was oneigenlijk omdat de nieuwe vereisten niet noodzakelijk waren voor het invoeren van het SWS omdat in 1968 al was voorzien in een zogenaamde ‘kan’ bepaling, dat de voorzitter van het stembureau naar de identiteit van de kiezer kan vragen wanneer daar een gerede aanleiding toe is. Een bevoegdheid die al voor invoering van het SWS werd gekoppeld aan de mogelijkheid dat er ook in een ander stembureau kon worden gestemd dan in het eigen kieslokaal.

De manier waarop de ID-plicht toch in de Kieswet gefrommeld werd stoelde bovendien op aanbevelingen van de Kiesraad en de Adviescommissie Inrichting Verkiezingsproces. Aanbevelingen uit 2007 en 2008 waarin als reactie op het verzoek van de minister iets te doen aan het tegengaan van het ronselen van stemmen het advies werd gegeven om een algemene ID-plicht bij verkiezingen in te voeren. Waarbij een valse voorstelling van zaken werd gegeven dat de proporties van de ID fraude bij verkiezingen door persoonsverwisseling in 2006 zodanige waren dat die het invoeren van een aanvullende algemene ID-plicht wenselijk maakte ‘om zulke fraudemogelijkheden tot het minimum te beperken’. En waarbij als argument tevens werd aangedragen dat door de invoering ‘het vertrouwen van de burger in een rechtsgeldig verloop van het verkiezingsproces erdoor zou kunnen toenemen’.

Waarbij als verzachtende omstandigheid voor het gebrek aan toetsing door het parlement op noodzakelijkheid, subsidiariteit en proportionaliteit kan worden aangevoerd dat het hele wetgevingsproces van het SWS en de ID-plicht invoering op versluierende wijze plaatsvond. Namelijk via een constructie om via een experimentenwet - en daar weer een tijdelijke aanpassing van- en zonder dit semi-experiment (immers ten aanzien van 10 miljoen kiezers) te evalueren, werd voorgelegd ter goedkeuring alsof het ging om een wettelijke vastlegging van een systeem wat al jaren functioneerde.

 

Toelichting op aanleiding van ons verzoek

Het zal u ongetwijfeld verbazen waarom we- na een vruchteloze poging op 24-02-2011 bij deze opnieuw een verzoek richten aan de minister van Binnenlandse zaken om de aanvullende ID-plicht bij verkiezingen af te schaffen.

Dat heeft als reden dat alle principiële en juridische bezwaren tegen deze ID-plicht nog net zo hard gelden als bij de invoering van het systeem. Terwijl alle aanhoudende protesten, bij iedere verkiezing weer, en alle frustraties erover geen enkel ander effect sorteerden dan dat mensen de overheid steeds meer zijn gaan wantrouwen en velen er vanaf gingen zien om hun stem nog te willen gaan uitbrengen.

Waarbij we hopen dat, nu de cijfers ten aanzien van het vermeende probleem boven water zijn en er een kentering begint plaats te vinden in het haast heilige geloof dat de democratie gebaat zou zijn met een repressieve overheid, er een nieuwe wind kan gaan waaien in de wijze waarop de overheid haar burgers benaderd en de belangen van iedereen in de samenleving daadwerkelijk probeert te behartigen.

Daarbij komt dat onze jarenlange pogingen om via ingediende protesten en verzoeken door de Kiesraad een aanzet te doen geven naar het afschaffen van de ID-plicht in deze wet, stuitte op een formele weigering zich hiervoor in te zetten.

Enerzijds omdat men liet weten dat, ondanks de bevindingen dat hun onderzoek in 2015 uitwees dat de plicht stoelde op het bestrijden van een non-existent probleem, men niet van standpunt was veranderd ten aanzien van het belang van de invoering van de ID-plicht. Anderzijds omdat de Kiesraad niet de bevoegdheid zou hebben om zich met deze materie bezig te houden omdat dat ‘aan de politiek’ is.

Dat we uitgerekend vandaag, op de dag dat op de kop af 100 jaar geleden het vrouwenkiesrecht in Nederland van kracht werd, een ultieme poging wagen is om te onderstrepen dat het toch van de gekke is dat alom gevierd wordt dat vrouwen in 1919 eindelijk het vertrouwen kregen van de overheid capabel te zijn om mee te beslissen over het beleid van het landelijke- en lokale bestuur, terwijl nu honderd jaar later de overheid in wetgeving heeft vastgelegd dat men a priori geen enkele burger vertrouwd die op vertoon van een stempas aan de verkiezingen wil deelnemen.

Tot slot,

Wij verzoeken u om ons verzoek als een formeel juridisch verzoek aan te merken.

Wij danken u voor uw aandacht,

Met vriendelijke groet namens het bestuur van Burgerrechtenvereniging Vrijbit.

J.M.T.(Miek) Wijnberg- voorzitter

Bijlage 1 Compilatie 10 jaar strijd tegen de aanvullende ID-plicht bij verkiezingen (ook te vinden in het Chronologisch overzicht van informatie met betrekking tot de aanvullende ID-plicht bij verkiezingen in Nederland door Burgerrechtenvereniging Vrijbit

[ noot 1]Publicatie Kiesraad ‘Strafbepalingen in het verkiezingsproces- ontstaan, functioneren en toekomst‘ 12-06-2015 https://www.kiesraad.nl/binaries/kiesraad/documenten/adviezen/2015/06/12/effectievere-bestrijding-misbruik-volmachtregeling/onderzoek-strafbepalingen-in-kieswet-en-wetboek-van-strafrecht.pdf

[ noot 2] 22-06-2007 Advies Kiesraad ‘legitimatieplicht in het stemlokaal’ (kenmerk 2007-0000228024)

[noot 3] 13-03-2019 ‘de uitholling van Nederland’- De Groene Amsterdammer

https://www.groene.nl/artikel/de-uitholling-van-nederland

17-12-2018 ‘Groter denken, kleiner doen’ van Herman Tjeenk Willink  

https://uitgeverijprometheus.nl/nieuws/media-aandacht-groter-denken-kleiner-herman-tjeenk-willink.html

11-03-2010 Friesch Dagblad:’ Juist op de dag dat de burger aan zet is om zijn stem te laten horen, laat de overheid zich van haar meest wantrouwende kant zien. De kloof tussen burger en staat is nimmer zo duidelijk geweest als op deze verkiezingsdag’.

[ noot 4] Advies  'Lage drempels, hoge dijken'   staatscommissie parlementair stelsel 13-12-2018