dinsdag, 22 september 2015 19:01

Raad van State vervolgt, EINDELIJK de behandeling van de Bestuursrechterlijke Hoger Beroepzaken tegen de Paspoortwet.

Ruim 2 jaar nadat de zaken werden stilgelegd, staan de zeven nog lopend beroepszaken tegen de Paspoortwet op 26 november en 3 december op zitting gepland.

Locatie: Raad van State Kneuterdijk 22 Den Haag

Publieke belangstelling wordt zeer op prijs gesteld.

Planning 26 november:

10 uur zaaknummer 201205423/3/A3 mevr.M. Roest (paspoort)  20120523/3/A3 zie https://www.vrijbit.nl/rechtszaken-paspoortwet/zaak-roest.html

10.45 zaaknummer 201205593/1/A3 Dhr.P.Jongenelen (ID-kaart) zie https://www.vrijbit.nl/rechtszaken-paspoortwet/zaak-jongenelen.html

11.30 J.M.T.Wijnberg zaaknummer 201210953/A3 zie https://www.vrijbit.nl/rechtszaken-paspoortwet/zaak-wijnberg.html

12.15 H. Eversteijn zaaknummer 201207583/1/A3 https://www.vrijbit.nl/rechtszaken-paspoortwet/zaak-eversteijn.html

Planning 3 december:

10.00 zaaknummer 201105172/2/A3L.v. Luijck (paspoort) https://www.louisevspaspoortwet.nl/

10.45 zaaknummer 201110242/3/A3 dhr .Kooistra ( ID-kaart geweigerd ) https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=163716&pageIndex=0&doclang=NL&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=450789

11.30 zaaknummer 201110934/3/A3 W.Willems (paspoort geweigerd) https://www.vrijbit.nl/rechtszaken-paspoortwet/zaak-willems.html

Toelichting:

In het najaar van 2013 legde de Raad van State de behandeling van de Hoger beroepszaken tegen de Paspoortwet stil. Men wenste eerst antwoord te krijgen op de prejudiciële vragen aan het EU Hof van Justitie in Luxemburg over de implicaties van de EU verordening aangaande biometrische paspoorten en reisdocumenten. Nadat die uitspraak op 16 april 2015 werd bekendgemaakt, besloot men om eind 2015 deze zaken, tegen het niet afgeven van paspoorten en ID-kaarten, alsnog te gaan behandelen. Omdat de eisers niet akkoord gingen met het voorstel tot afdoening zonder verder gehoord te worden, zal men alsnog zijn zaak op zitting kunnen komen toelichten en bepleiten.

Op uitdrukkelijk verzoek van de betrokkenen, komen de zaken ook afzonderlijk aan de orde. Waarbij de Raad van State afziet van de oorspronkelijke insteek om de zaken als ‘vergelijkbare zaken’ te beschouwen.

In alle gevallen maken eisers bezwaar tegen het feit dat hen, na het invoeren van de Paspoortwet in 2009, geen paspoort of ID-kaart werd verstrekt omdat zij weigerden om voor de aanvraag hun biometrische gegevens AF te geven aan de Staat der Nederlanden. Het gaat daarbij om zowel de registratie van zowel de digitale gezichtsopname als van die van de vingerafdrukken.

Allen baseren zich op hun fundamentele recht op bescherming van hun privéleven en lichamelijke integriteit. Allen maken bezwaar tegen de mogelijkheden die de Paspoortwet schept om gegevens van onschuldige burgers te gaan opslaan in één Centrale 24-7 online Rijksdatabank voor justitieel gebruik.

Unaniem luidden de bezwaren tegen niet afdoende te beveiligen reisdocumentenadministratie en de opslag van de data in de op afstand uitleesbare RFID-chip van de documenten.

In alle gevallen wordt bezwaar gemaakt tegen de mogelijkheden van veiligheids-en inlichtingendiensten om zich meester te kunnen maken van hun biometrische gegevens.

Alle zeven geven aan dat men van mening is dat biometrische gegevens een onlosmakelijk deel uitmaken van hun identiteit, en derhalve, niet ter beschikking hoeven te worden gesteld aan de overheid en fabrikant en systeembeheerder Morpho.

De een legt daarbij vooral de nadruk op hun plicht tot  burgerlijke ongehoorzaamheid waar men van mening is dat de Paspoortwet als instrument dient voor het scheppen van een samenleving die op wantrouwen is gebaseerd en meehelpt aan het ontstaan van een permanente surveillance maatschappij. Sommigen beroepen zich uitdrukkelijk op hun recht op gewetensbezwaar om niet gedwongen te worden tot meewerken aan de ontwikkeling van een infrastructuur die alle risico’s creëert voor het ontstaan van een fascistische dictatuur. In de ene zaak wordt daarbij specifiek gefocust op het onrechtmatig tot stand komen van de wetgeving. In andere zaken ligt de nadruk meer op de veiligheidsrisico’s van het gebruik van biometrie en RFID-chips.

Prognose: de Paspoortzaken zal de RvS ongetwijfeld volhouden dat de EU Verordening rechtmatig is verklaard door het EU Hof van Justitie ( Al heeft men de vraag hierover met betrekking tot de Nederlandse situatie schielijk ingetrokken na de uitspraak in de Duitse zaak Schwarz). Maar ook vanuit dát oogpunt dient de Raad te oordelen:

  • Of door verweerder staande kan worden gehouden dat door de diverse rechtbanken, in eerste aanleg, de bezwaren van eisers correct getoetst zijn.
  • Of voldaan is aan de voorwaarden die Verordening in artikel 5  stelt aan voldoende betrouwbaarheid en beveiliging van de gegevens. Of dat men in Nederland, als lidstaat met een vastgestelde foutmarge van 25 % met betrekking tot 1 op 1 verificatie van de vingerafdrukken, niet is vrijgesteld van het implementeren van de verordening zoals die luidt, omdat het technisch onhaalbaar is gebleken om te voldoen aan de vereisten aan de ‘betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van het gebruikte systeem’.
  • Of de bewezen onveiligheid van de huidige RF-ID chip technologie die voor paspoorten en ID-kaarten wordt gebruikt voldoende reden vormt om burgers in het gelijk te stellen dat zij zich niet wensen bloot te stellen aan de veiligheidsrisico’s die daar het gevolg van zijn.
  • Of de burger in het gelijk dient te stellen als deze van de overheid verlangt dat men zelf de regie in handen moet kunnen houden over de toegang van de gevoelige biometrische persoonsgegevens en het unieke burgerservicenummer, waar de overheid deze in paspoort en ID-kaartdocumenten laat verwerken.
  • Of  het voorschrift van de Verordening ( artikel 1) wel in acht is genomen dat men de ‘waardigheid van de burger dient te waarborgen ingeval van moeilijkheden bij het opnemen van de gegevens’  en men ‘bij het niet kunnen afnemen’ gebruik dient te maken van de mogelijkheid om  een tijdelijk document beschikbaar te stellen’.
  • Of de Paspoortwet niet strijdig is met de Verordening, het Handvest van de Grondbeginselen van de EU, de Dataprotectiewetgeving en het Europese Verdrag van de Rechten voor de Mens, aangaande de principes van doelbinding, proportionaliteit en subsidiariteit, waaraan voldaan dient te worden om als overheid inbreuk te mogen maken op het  fundamentele recht op bescherming van de Privacy van de burgers.
  •  Of de implementatie van de nationale Paspoortwet niet per definitie strijdig is met expliciete doel van de Verordening om het gebruik van biometrie in de paspoorten en internationale reisdocumenten uitdrukkelijk te beperken tot een beveiligingssysteem wat bedoeld is om de buitengrenzen van het Schengengebied te beveiligen. Waarbij met name van belang is of de ruimere toepassingen van het gebruik van de  biometrische gegevens niet averechts werkt ten opzichte van de intentie uit de Verordening om deze uitsluitend op te slaan in de documenten en het gebruik ervan uitdrukkelijk te beperken voor toepassing om bij controle de authenticiteit van de documenten te kunnen vaststellen en de identiteit van de drager van het document te kunnen verifiëren waar dit wettelijk vereist is.
  • Ook dient men te oordelen over de inhoud en de wijze waarop de Nederlandse regering de opzet en intentie van de EU Verordening heeft opgerekt in de nationale wetgeving.
  • Formeel juridisch moet er in eerste instantie geoordeeld worden over de vraag of de burgers in het gelijk worden gesteld met hun bezwaren tegen de eis tot afgifte van biometrische kenmerken in volge de Paspoortwetgeving  op het moment dat zij een paspoort of ID-kaart aanvroegen. Maar nu ontkomt de RvS er ook niet meer aan om zich uit te spreken over het verzoek van alle bezwaarden in tweede instantie om hen, in geval van weigering tot verstrekking van een 5 jarig document, toch tenminste een tijdelijk vingerafdruk-vrij document te verstrekken. Terwijl zowel de EU verordening als de Paspoort Uitvoeringsregeling (PUN) in die mogelijkheid voorzien.

Met betrekking tot de zaken over de ID-kaarten ziet de Raad van State zich geplaatst voor een nog heel ander lastig pakket. Men moet nu immers beoordelen in hoeverre de overheid zich schuldig maakte aan onbehoorlijk bestuur door onschuldige burgers een identiteitsbewijs te onthouden. Identiteitsbewijzen waarvan de wetgever tegelijkertijd eist dat iedereen boven de 14 jaar daarover moet beschikken. Een geldig ID-bewijs, wat op allerlei gebied een absolute noodzaak vormt om als burger normaal te kunnen functioneren in de maatschappij.

Dit alles

  • In het licht van de weigering om de burgers, die zich geheel legaal beriepen op hun recht op verzet, een legale tijdelijke voorziening te bieden.
  • Tegen de achtergrond van de politieke besluitvorming, waarbij de ministers en Kamerleden al jaren geleden unaniem oordeelden dat van de grondslag tot de eis tot afgifte van vingerafdrukken zowel nut als noodzaak ontbraken.
  •  In de setting dat de vice-president van de Raad van State als minister direct verantwoordelijk was voor zowel het invoeren van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht in 2005 als de Paspoortwet in 2009.
  • In de wetenschap dat het EU Hof van Justitie geen spaan heeft heel gelaten van de manier waarop de regering de Nederlandse ID-kaart formeel de status verleende van ‘internationaal reisdocument’. Een cruciale uitspraak waarmee vast is komen te staan dat  de besluitvorming, over het al dan niet gebruikmaken van biometrie en een contactloos RF-ID opslagmedium, niet via de daarvoor vereiste noodzakelijke democratische nationale besluitvorming tot stand is gekomen. Met als gevolg dat de hele wetgeving met betrekking tot de biometrische ID-kaart, onverbindend moet worden verklaard omdat niet is voldaan aan de principiële voorwaarden die het EVRM-art 8 stelt aan maatregelen waarmee een overheid gerechtigd kan zijn om inbreuk te maken op het fundamentele recht van de burger op se bescherming van zijn privacy.

Dit artikel schetst  voornamelijk de hoofdlijnen in de te behandelen kwestie. Voor wie zich meer in de finesses wil verdiepen verwijzen we naar de andere artikelen in het ‘dossier Paspoortwet’ op deze website en de informatie, inclusief de processtukken, van de individuele procedures.

Tot slot: Men mag er van uitgaan dat de eisers hun verzet bij een negatieve uitspraak niet zullen opgeven. Hetgeen betekent dat zodra men als hoogste bestuursrechter(eindelijk) tot een finale uitspraak komt voor de betrokkenen eindelijk de weg openligt om zich tot het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) te kunnen wenden. Uiteindelijk zal dat hoogste Hof inzake de mensenrechten een bindend oordeel gevraagd kunnen worden.  Over het geschil waarbij burgers zich verzetten tegen een overheid die via systeemdwang de burgerij dwingt tot het op grootschalige wijze en ongekwantificeerd opslaan van hun biometrische gegevens en daarbij weigert om  aan bezwaarden een alternatief te bieden.

Voor contact met bezwaarden en nadere toelichting op de zaken kan worden opgenomen via Mr. J.Hemelaar- Ad Astra advocaten 071-5280025, Mr. T. ten Velde -   06-33891091 of Burgerrechtenvereniging Vrijbit- 030-2328788