zondag, 05 juli 2009 14:29

Wetsvoorstel ‘identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen

Persbericht Utrecht: 5-6-2009

Aanscherping regelgeving: IEDERE BURGER in verdachten-data-bank

Maandag 6 juli 2009 wordt tussen 19.05 - 19.20 uur het Wetsvoorstel ‘identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen' in de Eerste Kamer ‘behandeld' (31436)

Formeel introduceert het voorstel een identificatieplicht voor verdachten ten opzichte van een rechterlijk ambtenaar(1) voor een gedetineerde verdachte of een veroordeelde ten opzichte van de directeur of hoofd van een inrichting of psychiatrisch ziekenhuis(2). Verder heeft dit wetsvoorstel tot doel getuigen de verplichting op te leggen zich tegenover de rechter te identificeren(3).

Feitelijk geeft dit voorstel de politie wettelijk de bevoegdheid om van iedere burger, die men als verdachte, aanmerkt ter plekke of op het politiebureau vingerafdrukken en foto's te nemen en die voorzien van een preventief Strafketendossiernummer op te slaan in een justitiële databank.

Aanleiding voor dit wetsvoorstel zijn persoonsverwisselingen van verdachten en veroordeelden, die in het verleden binnen de strafketen hebben plaatsgehad. Dit wetsvoorstel stelt echter een aantal zeer ingrijpende maatregelen voor waardoor iedere burger de kans loopt in de justitiële verdachten-data-bank te belanden. Van iedereen die ervan verdacht wordt zich schuldig te maken aan een strafbaar feit waar men voor in voorlopige hechtenis kan worden genomen, kunnen dan de meetbare lichaamskenmerken worden vastgelegd in politie en justitie registers. Een databank die, sinds de recente wijziging van Paspoortwet (9 -6-‘09) op verzoek van een Officier van Justitie vergeleken kan worden met gegevens uit de Digitale Centrale Biometrische Paspoortdatabase (DCBP) en de Gemeentelijk Basis Administraties(GBA's).

Dit voorstel hangt niet alleen samen met recente wijzigingen in de Paspoortwet, maar ook met de - al jaren uitgestelde- evaluatie van de Wet Uitgebreide Identificatieplicht ( WU-ID). Iedereen die niet terstond aan de vordering tot inzage in een identiteitsbewijs voldoet kan sindsdien als verdachte worden aangemerkt en bij weigering in hechtenis worden genomen. Dit ondanks het feit dat het dragen van een identiteitsbewijs niet verplicht is. Inmiddels is dat vele onschuldige burgers overkomen, waarvan in de meeste gevallen ook nog eens sprake was van het onrechtmatig vorderen van het ID-bewijs. De WU-ID kent namelijk geen duidelijke bepaling of criterium waaraan een burger die geen strafbaar feit heeft begaan, een duidelijke rechtsbescherming kan ontlenen.

Om deze ‘leemte in de wet' te dichten heeft ex Tweede Kamerlid Henk Kamp (VVD) een wetswijziging voorgesteld die alsnog het dragen van een identiteitsbewijs verplicht stelt.

Blijft over dat mensen niet verplicht zijn om aan hun veroordeling mee te werken en het recht hebben om anoniem te blijven. Met name mensen die worden aangehouden of opgepakt, zonder dat zij zich schuldig maken aan een strafbaar feit, maken hiervan gebruik omdat zij niet onterecht in opsporingsregisters geregistreerd willen worden. Zij kunnen ook anoniem(NN) gedagvaard worden.

Volgens deskundigen is het bewaren van biometrische persoonsgegevens van onschuldige burgers in opsporingsregisters in strijd met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM Art 8).

De uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens ( dec.2008 zaak Marper) bevestigt dit. Dat geldt o.i. ook voor gebruik hiertoe van de centrale paspoortdatabase waarvan de vingerafdrukken en gezichtsscan van alle burgers kunnen worden opgevraagd door justitie.

Aan het wetvoorstel identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen is bovendien op een later tijdstip een bepaling toegevoegd die eveneens in strijd is met het nationale en internationale recht. Deze bepaling betreft de vergelijking van vingerafdrukken van verdachten en gegevens in het politie systeem HAVANK met de vingerafdrukken van alle asielzoekers opgeslagen in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV). In 2001 is juist om de Nederlandse praktijk in overeenstemming te brengen met de Europese wetgeving op het gebied van gegevensbescherming (Richtlijn 95/46/EC) een scheiding aangebracht tussen de genoemde systemen. De bepaling is in strijd met het doelbindingsprincipe en het non discriminatiebeginsel.

De combinatie van de hier genoemde wetten en voorstellen maakt het mogelijk om iedere persoon die niet terstond aan een vordering, conform de WU-ID voldoet als verdachte aan te merken en te onderwerpen aan het nemen van foto's en vingerafdrukken die in strafregisters worden opgeslagen en vergeleken kunnen worden met de paspoortdatabank, HAVANK en de BVV.

Deze wetswijzigingen raken de rechtstaat in het hart. Gezien het ingrijpende karakter van alle wijzigingen, de complexiteit en de strijdigheid met nationale en internationale rechtsbeginselen, is het onwenselijk en ongepast dat het wetsvoorstel Identiteitsvaststelling verdachten, kort voor het zomerreces in slechts een kwartier tijd door de Eerste Kamer wordt afgehandeld.

Wij wijzen er bovendien op dat de toegezegde evaluatie van de WU-ID nog steeds niet heeft plaatsgehad. Gezien het instabiele karakter van de WU-ID en de onvoldoende rechtsbescherming voor de burger is het onwenselijk dat in dit stadium voor de evaluatie het wetsvoorstel Identiteitsvaststelling verdachten wordt aangenomen.