Stand van zaken actie tegen de verplichte UBO-registratie voor vrijwilligersorganisaties van niet daadwerkelijk belanghebbenden als fake/ pseudo belanghebbenden

Dossier Identificatieplicht zondag, 29 mei 2022 21:38

Sinds 27-03-2022 zijn alle officiële vrijwilligers verenigingen en stichtingen verplicht om bij de Kamer van Koophandel in een nieuw UBO register de persoonsgegevens te laten registreren van degenen die als ‘uiteindelijk financieel belanghebbende’/ Ultimate Benificial Owner daarin te boek komen te staan. Veel clubs, met name  vrijwilligersorganisaties, hebben helemaal geen personen die als belanghebbenden aan te merken zijn.

De wet verplicht ndesalniettemin om in dat geval toch de persoonsgegevens te laten vastleggen van personen die niet belanghebbend zijn als fake/pseudo belanghebbende. Van mensen die dus geen enkel financieel belang hebben worden dan de naam, BSN, geboortedatum, geboorteland en geboorteplaats, nationaliteit en woonadres genoteerd in een publiek toegankelijk digitaal anti fraude-en terrorisme UBO-systeem. Waaruit iedereen de gegevens kan opvragen en de betrokkenen geen notie heeft van wie die data opvraagt en waar die voor gebruikt gaan worden.

De overheid beweerd dat dit ‘moet van Europa’ maar heeft dit zoveelste digitale register ten behoeve van preventieve screening op mogelijk voorkomen van het plegen van fraude of terroristische activiteiten, voor wat betreft de registratieplicht voor niet -daadwerkelijk-belanghebbenden, zelf verzonnen.

In januari schreven we al in een artikel hierover dat Vrijbit de minister verzocht had om vrijstelling te verlenen en we een klacht hadden ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens(AP).

Stand van Zaken mei 2022

Inmiddels is Vrijbit formeel strafbaar omdat we ons wegens het niet registreren van onjuiste persoonsgegevens formeel schuldig maken aan een economisch delict. Geen onbeduidende overtreding dus maar een serieus misdrijf waarvoor boetes en zelfs gevangenisstraf kan worden opgelegd.

Waarbij we aantekenen dat er tot nu toe nog geen sancties werden genomen tegen de respectievelijk 81% EN 83% van de stichtingen en verenigingen die geen UBO-registratie doorgaven volgens de minister (in haar brief aan de Tweede Kamer).

Omdat we van de minister een nietszeggende algemene brief kregen in plaats van een besluit op ons ontheffingsverzoek (en de AP de klachtenbehandeling maanden vooruitgeschoven heeft) hebben we op 28 mei een herhaalde aanvraag ingediend om vrijstelling van de UBO-registratie voor Burgerrechtenvereniging Vrijbit en verzoek tot algehele wetswijziging t.a.v. de plicht tot UBO-registratie van niet daadwerkelijk belanghebbenden als fake/ pseudo belanghebbenden. Waarbij de Algemene Wet bestuursrecht bepaald dat we binnen de wettelijke termijn die daarvoor staat het recht hebben op een voor beroep vatbaar deugdelijk gemotiveerd besluit, zodat we de zaak als het besluit niet acceptabel is aan de rechter kunnen voorleggen.

Toelichting Verzoek 1:

De motivatie voor het ontheffingsverzoek betreft het door registratie te creëren risico’s dat bestuursleden worden blootgesteld aan een onevenredig risico, zoals een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie. Risico’s die een aantasting vormen voor de veiligheid van onze bestuursleden, die potentieel het gevolg kunnen zijn van het feit dat bij opvraging uit het UBO-register door derden voor betrokkenen niet transparant is wanneer, wie en voor welk doel deze vermeende financiële belangen worden opgevraagd.

Iets wat niet geldt voor de mogelijkheid om, via opvraging uit het Handelsregister, ANBI-register of publicatie op onze website, afdoende voor de transparantie aangaande het voorkomen dat criminelen onze vereniging zouden kunnen gebruiken om ‘buiten het zicht van autoriteiten en maatschappelijke organisaties te blijven’, te kunnen vaststellen dat niemand bij Burgerrechtenvereniging Vrijbit financieel belanghebbend is en wie de leidinggevende functies bekleden.

Wij beroepen ons bij ons formele verzoek om vrijstelling op de juridische mogelijkheden die zowel de EU Richtlijn (2015/849) als de nationale UBO-wetgeving [voetnoot 1] u biedt om deze vrijstelling te verlenen.

Toelichting Verzoek 2:

De motivatie voor het tweede verzoek betreft de ongefundeerde en contraproductieve wijze waarop de overheid – opnieuw- een groot aantal burgers middels het registreren van hun persoonsgegevens in een digitaal fraude- en antiterrorisme bestrijdingssysteem. Een werkwijze waarvan de bezwaren en gevaren als bekend mogen worden verondersteld na het toeslagendrama, falen van de verwijsindex risico jongeren, door de rechter verbieden van het (Systeem Risico Indicatie (SyRi), de onrechtmatige zwarte lijsten van de Belastingdienst en de illegale dataverzamelingen van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Met betrekking tot verzoek-2 baseren wij ons op het feit dat de EU-regelgeving, die de burger en het parlement ten onrechte wordt voorgespiegeld als grondslag voor de UBO-plicht, geen implementatie vormt van de EU-wetgeving.

De EU Verordening immers ziet uitsluitend op het realiseren van publieke toegang tot gegevens van daadwerkelijk uiteindelijk begunstigden. (Zie o.a. punt 3 van de conclusie van de Advocaat-Generaal van het EU HvJ d.d. 20-01-2022 [noot 2].

De Grondslag voor de UBO registratieplicht-, is daarmee o.i. voor niet- daadwerkelijk-belanghebbenden A- onrechtmatig en B- als puur nationale optopping van de EU Richtlijn eenvoudig op nationaal niveau terug te draaien.

Ondertussen dienen er bij het EU Hof van Justitie ook al twee rechtszaken over het UBO (C‑37/20 en C‑601/20). Maar die gaan over de registratieplicht en ontheffingsmogelijkheden voor personen die wel daadwerkelijk belanghebbend zijn.

Wordt vervolgt