persbericht zitting 2-11 Raad van State Hoger beroep Vrijbit vs AP over Gedragscode Zorgverzekeraars

Dossier Gezondheidszorg zondag, 31 oktober 2021 18:22

Persbericht

Dinsdag 2 november om 9:30 uur begint de zitting bij de Raad van State over het hoger beroep van Vrijbit tegen AP, omdat de toezichthouder nog steeds weigert om de Zorgverzekeraars Nederland te laten omgaan met medische gegevens volgens een Gedragscode die recht doet aan de bescherming van de privacy van patiënten en het medisch beroepsgeheim. (zaaknummer 201906616/1/A3)

Zorgverzekeraars Nederland werken al sinds 2006, toen de private Zorgverzekeraars van ministerie VWS de regie kregen over de Zorgsector, niet volgens de verplichte minimale randvoorwaarden die voldoen aan de Grondwet, het Europees Verdrag van de rechten voor de mens en het Handvest van de EU.

Ontdanks dat de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de Zorgverzekeringswet/herziening Zorgstelsel in 2005 middels de motie Heemskerk( 29 689) aangaf dat het van belang is dat de verwerking van medische gegevens door zorgverzekeraars moet worden vastgelegd in een gedragscode die de goedkeuring heeft gekregen van de toezichthouder bescherming persoonsgegevens.(Kamerstukken II 2005/06,29 689,nr 23)

Toelichting: 15 jaar onrechtmatige omgang met medische gegevens door Zorgverzekeraars Nederland.

Eerst werd vanaf 2006 jaren doorgewerkt volgens de Gedragscode voor financiële instellingen. Daar werd na een half jaar een addendum aan toegevoegd over de omgang persoonsgegevens door Zorgverzekeraars die tot 2008 zou gelden als overgangsregeling.

Vervolgens ging de toezichthouder (CBP indertijd) ervan uit dat met het van kracht worden van de regeling Zorgverzekering in juli 2010 een Gedragscode niet meer noodzakelijk was voor de rechtmatige grondslag voor het verwerken van medische gegevens.

Uiteindelijk werd er toch in 2012 een nieuwe Gedragscode opgesteld, en goedgekeurd door de toezichthouder, maar die werd door de rechtbank Amsterdam veroordeeld als strijdig met de fundamentele burgerrechten volgens EVRM. Daarop trok de toezichthouder haar goedkeuring in bleef de Gedragscode gewoon hetzelfde. Er gebeurde jarenlang niets omdat de toezichthouder volhield dat de wet inmiddels zodanig gewijzigd was dat de Zorgverzekeraar Nederland geen goedkeuring meer hoefde te vragen. Inmiddels slepen de rechtszaken van burgerrechtenorganisaties, die van de Autoriteit Persoonsgegevens eisen dat deze handhavend optreedt tegen de zorgverzekeraars zich al sinds 2015 voort.

Dat leverde weliswaar op dat de toezichthouder bij enkele zorgverzekeraars ingreep toen duidelijk werd dat medische gegevens niet alleen voor declaratiedoeleinden werden verwerkt maar ook inzet waren voor commerciële doeleinden. Maar een gedegen onderzoek naar de regels van Zorgverzekeraars Nederland die niet deugen inzake alle werkwijzen en procedures aangaande de omgang met medische gegevens wenst de AP niet uit te voeren.

Ook niet na de uitspraak in de zaak van Vrijbit tegen de toezichthouder AP, waartegen Vrijbit op 30 augustus 2019 Hoger beroep aantekende.